- kloek
- kloek1{{/term}}〈de〉1 [letterlijk]poule 〈v.〉meneuse2 [figuurlijk]mère 〈v.〉poule————————kloek2{{/term}}〈bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉1 [groot, flink van lichaamsbouw] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 robuste⇒ fort2 [omvangrijk van afmetingen] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 volumineux 〈v.: volumineuse〉3 [wakker, alert] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 solide4 [dapper, moedig] 〈bijvoeglijk naamwoord〉 ferme; 〈bijwoord〉 fermement♦voorbeelden:1 een kloeke kerel • un gaillardeen kloek kind • un enfant très développé pour son âge3 kloek van verstand zijn • avoir la tête sur les épaules4 een kloek besluit • une ferme résolutionkloek gedrag • une conduite courageusehij heeft zich kloek gehouden • il a fait preuve de fermeté
Deens-Russisch woordenboek. 2015.